Markeverdeling en de invloed op het landschap

Vanaf de Franse tijd gaan stemmen op de gemeenschappelijke markegronden te ontginnen. Ondanks protest van veel markgenoten die niet gevoelig waren voor het argument dat ontginning en exploitatie van de woeste gronden meer opbrengsten zouden genereren, werd stap voor stap een Koninklijk Besluit uit 1837 tot opheffing der marken ten uitvoer gebracht.

Tussen 1840 en 1860 verdwijnen 77 van de 112 Overijsselse marken. In 1886 resteert slechts één onverdeelde marke: de marke Honesch bij Haaksbergen, die in 1904 verdeeld wordt. De verdeling van de woeste grond van een marke was een ingewikkelde aangelegenheid, waarbij rekening moest worden gehouden met goede en slechte grond, de aanleg van wegen en nauwkeurig moest worden vastgelegd wie hoeveel ‘aandelen’ bezat voor de markeverdeling. De adel bezat vaak de meeste grond en kreeg ook de grootste stukken ‘nieuwe’ grond, dan waren de grote boeren aan de beurt, de keuterboeren, de gemeente, de dorpsbewoners en ook aan de armlastigen werden kleine percelen toebedeeld.Veraf gelegen gronden die overbleven vormden een beleggingsobject voor de Twentse (textiel)fabrikanten. Zij stichtten hier hun buitenplaatsen en bouwden er boerderijen. Zij maakten de heide en velden productief voor de landbouw en bosbouw met behulp van de pas opgerichte Nederlandse Heidemaatschappij, waarvan Enschedeër A.J. Blijdenstein voorzitter was.

Het landschap veranderde ingrijpend als gevolg van de markeverdeling. Enerzijds werden landgoederen uitgebreid en nieuwe aangelegd, anderzijds werden de uitgestrekte woeste gronden versnipperd in kleine percelen, die ontgonnen werden en afgebakend met houtwallen, singels en bomen. Zo ontstond in grote delen van de provincie het typische coulissenlandschap.

Later, in de twintigste eeuw, zou het Overijsselse landschap nogmaals grote veranderingen ondergaan als gevolg van de ruilverkavelingen, waarbij de versnipperde percelen werden samengevoegd en nieuwe wegen en een afwateringsstelsel werd aangelegd.

Foto onder: Kleinschalig akkerbouw (foto: Ewout van der Horst)