Overijsselse kanalen

In de eerste helft van de 19e eeuw werden plannen gemaakt om het Reggestelsel (de Regge met zijriviertjes en beken) te verbeteren en uit te breiden tot een net van zompvaarten. In 1841 liet men deze plannen varen. Er moesten kanalen komen met een diepte van 1.60 m.

De Staten van Overijssel bleven twijfelen, temeer omdat de spoorwegen zich aandienden als alternatief, maar uiteindelijk werd de Overijsselsche Kanalisatie-Maatschappij opgericht, die de uitvoering van de plannen ter hand nam. De volgende vier kanaalvakken werden gegraven:1. Van Zwolle naar de Regge (bij het huidige Lemelerveld), geopend in 1853 2. Van de Regge (Lemelerveld, toen: Dalmsholte) via Vroomshoop (dat zijn ontstaan aan het kanaal te danken heeft) naar Almelo (1855) 3. Van Vroomshoop naar de Vecht (bij Gramsbergen), (1856) 4. Van Dalmsholte naar Deventer (1858)

Aanvankelijk zou er ook een verbinding met de Dinkel bij Denekamp gerealiseerd worden, via Borne en Hengelo, maar dit ging vanwege te hoge kosten niet door. De rond 1865 aangelegde spoorwegen stimuleerden de ontwikkeling van onder meer Enschede, Hengelo, Borne en Oldenzaal tot belangrijke textielcentra, toch bleef de behoefte aan goedkoper vervoer over water latent aanwezig.

De aanleg van het kanaal van Almelo naar Nordhorn in het laatste decennium van de 19e eeuw mag als een mislukking worden beschouwd. Het kanaal had nauwelijks economische waarde wegens het ontbreken van industriële activiteiten langs het kanaal.

De Overijsselse kanalen hebben ruim een eeuw hun rol als scheepvaartweg vervuld. De Overijsselse Kanalisatie-Maatschappij draaide voor een groot deel op de scheepvaartgelden van het turfvervoer en later op de landbouwexporten van de langs dit kanaal ontstane veenkoloniën tussen Almelo en Hardenberg. Ook ontstond er op beperkte schaal b.v. bij Vriezenveen en Lemelerveld industrie langs het kanaal.

Het kanaal werd in de jaren zestig en zeventig voor de scheepvaart gesloten, met uitzondering van het tracé Almelo-De Haandrik. Voor regulering van de waterstand zijn de kanalen tot op heden van groot belang gebleven.

Zie ook: Canon van Overijssel