Textiel in Twente

Het Twentse los hoes, een boerderij waarin bewoners en hun vee in één grote ruimte leefden, bevatte in de zijruimte een weefkamer met een of twee weefgetouwen. Met deze vorm van huisnijverheid kon de karige opbrengst van de landbouw op de zandgronden worden aangevuld. De in Twente aanwezige combinatie van weven en landarbeid werd de doorslaggevende factor voor de vestiging van de katoenindustrie.

  • Opkomst bloei en ondergang Bekijk details

    In 1830 was de eerste stoommachine in gebruik genomen bij Hofkes in Almelo en in 1833 werd de eerste weefschool in Goor gesticht. Rond 1970 viel het doek definitief voor de textiel in ‘het land van katoen en heide’ en kwam een einde aan de broodwinning van enkele generaties Twentenaren.

    Bekijk details van Opkomst bloei en ondergang

  • Sociale strijd Bekijk details

    De arbeidsomstandigheden en het loon waren slecht in de Twentse textiel. In de jaren tachtig van de 19e eeuw begonnen de arbeiders zich te organiseren. Gerrit Bennink uit Hengelo bracht als volgeling van Ferdinand Domela Nieuwenhuis het socialisme naar Twente.

    Bekijk details van Sociale strijd

  • Erfenis Twents textielverleden Bekijk details

    Enschede en andere Twentse steden zijn groot geworden door de textiel. De inrichting van de steden is bepaald door verdwenen fabrieken en door de industriële monumenten die behouden zijn gebleven. De textielfabrikanten hebben tuindorpen laten bouwen en parken laten aanleggen. Zij realiseerden voorzieningen als een textielschool, het Rijksmuseum Twenthe, badhuizen, verenigingsgebouwen. Niets is zo bepalend geweest voor het beeld van de Twentse steden als de textielindustrie.

    Bekijk details van Erfenis Twents textielverleden