Sociale strijd

De arbeidsomstandigheden en het loon waren slecht in de Twentse textiel. In de jaren tachtig van de 19e eeuw begonnen de arbeiders zich te organiseren. Gerrit Bennink uit Hengelo bracht als volgeling van Ferdinand Domela Nieuwenhuis het socialisme naar Twente.

De bekendste voorman van de katholieke arbeidersbeweging was de priester Alphons Ariëns. De confessionele vakbonden werden door de ‘rooien’ als verraders beschouwd, omdat zij vaak met minder akkoord gingen in de onderhandelingen met de fabrikanten, waardoor een deel van de stakers weer aan het werk ging en de staking afliep. Anderzijds moest de christelijke en katholieke vakbeweging niets hebben van de ‘ongelovige’ socialisten. Van deze verdeeldheid profiteerden de fabrikanten, die toch al sterk stonden omdat zij zich in 1890 allen hadden verenigd in de "Fabrikantenvereniging ter voorkoming en bestrijding van stakingen". Hun tactiek bestond uit het uitsluiten van alle Twentse arbeiders van werk wanneer in één van de fabrieken een staking uitbrak. Een machtig chantagemiddel dat de naam ‘Twentse stelsel’ kreeg.

De grote textielstakingen van 1923-'24 en van 1931-'32 behoren tot de langdurigste ooit in Nederland. In beide gevallen trokken de stakers aan het kortste eind, maar er was veel steun vanuit het hele land, en de Twentse textielarbeiders bouwden een imago op van onverzettelijkheid.

Afbeeldingen: Arbeidersbuurt 'De Krim' in Enschede (rechts) en Huize Zonnebeek (hieronder), één van de fabrikantenvilla's op het platteland, waar men 's zomers de stinkende en lawaaiige fabriekssteden kon ontvluchten.

Hoofdrolspelers

Velen hebben een rol gespeeld in de geschiedenis van de Twentse textielindustrie. Fabrikanten, maar ook vakbondsmensen en andere voormannen van de arbeidersbeweging, die aanvankelijk verdeeld was in een socialistische, anarchistische, rooms-katholieke en protestants-christelijke tak, hebben zich geroerd. Hieronder een kwartet hoofdrolspelers die zeker grote invloed hebben gehad.

Gerrit Bennink

Gerrit Bennink (1858-1927), volgeling van Ferdinand Domela Nieuwenhuis, zette zich bijzonder in voor het lot van de Twentse arbeiders. Hij was zeer welbespraakt. Zo liet hij van zich spreken bij de nationale manifestatie voor de Arbeidswet in maart 1889 in Den Haag. Tijdens een vlammend betoog namens de 'slavenkolonie Twenthe' toonde hij een dertienjarig arbeidersmeisje als levend protest tegen de langzame kindermoord in het zogenaamde 'Twentsche Paradijsch'. Later was hij lange tijd onafhankelijk raadslid en wethouder – hij kon niet kiezen tussen de SDB en SDAP – in Hengelo en lid van de Provinciale Staten.

Johan Tusveld

Johan Tusveld (1865-1902) kreeg ontslag omdat hij als woordvoerder bij een textielstaking in Enschede optrad. Als zelfstandig sigarenmaker vervulde hij in woord en geschrift een leidende rol in de Twentse socialistische beweging. Door zelfstudie ontwikkelde hij zich verder en schreef naast tijdschriftartikelen ook toneelstukken. Talrijk zijn de anekdotes over de persoonlijke strijd tussen Tusveld en burgemeester van der Zee. Zo ontvouwde Tusveld tijdens het bezoek van Wilhelmina aan Enschede in 1895 plotseling een spandoek met de tekst ‘Leve de Republiek’. Twee agenten, die op last van de burgemeester reeds post hadden gevat bij Tusvelds huis, kregen van Van der Zee het bevel Tusveld in te rekenen en een proces-verbaal op te maken, hetgeen jammerlijk mislukte.

Alphons Ariëns

Alphons Ariëns (1860-1928) was priester en grondlegger van de katholieke arbeidersbeweging in Nederland. De Enschedese R.K. Arbeidersvereeniging was de eerste organisatie die specifiek en uitsluitend voor arbeiders was bedoeld en vormde als zodanig het prototype van de latere standsorganisaties. Door zijn bemoeienissen met de oprichting van deze arbeidersvereniging raakte Ariëns spoedig verwikkeld in de Twentse arbeidersstrijd. In 1890 raakte de jonge vereniging en daarmee ook de oprichter betrokken bij een hoog oplopend conflict in de Twentse textielindustrie. Door zijn rol in de oplossing van dit conflict groeide de priester Ariëns zelfs uit tot de exponent van de confessionele arbeidersbeweging tegenover de socialistische.

Gerrit Jan van Heek

Gerrit Jan van Heek (1837-1915) was textielfabrikant met grote invloed in het Twentse economische milieu in de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij was 26 jaar lid van de Proviciale Staten en 8 jaar lid van de 1e Kamer. Als liberaal was hij een toonbeeld van de 'patriarchale' fabrikant met een sociale verantwoordelijkheid. Maar tegelijkertijd was hij één van de meest doortastende verdedigers van de absolute macht van de ondernemers en was hij volgens Wim H. Nijhof (in: Troebelen in de Twentse textiel) ‘zo hard als het staal van hun brandkast’. Hij was één der oprichters en eerste voorzitter van de Fabrikantenvereniging te Enschede en bedenker van het ‘Twentse stelsel’ (zie elders op deze pagina).